Werkwoorden vervoegen

Het voltooid deelwoord

Het voltooid deelwoord (ook wel participium perfectum genoemd) is belangrijk om te kennen als je complexere zinnen wilt maken. Het wordt bijvoorbeeld gebruikt:

-om een afgeronde actie uit het verleden te beschrijven.
Bijvoorbeeld: Ik heb mijn huiswerk gemaakt.

-om passieve zinnen te maken.
Bijvoorbeeld: Het wordt gezegd

-als bijvoeglijk naamwoord (adjectief)
Bijvoorbeeld: een geslaagd plan.

Hoe maak je het voltooid deelwoord?

Een regelmatig voltooid deelwoord bestaat uit drie delen: een voorvoegsel, de stam, en de uitgang -d of -t.

Voltooid deelwoorden beginnen met ge-, tenzij het hele werkwoord (de infinitief) al begint met een voorvoegsel (prefix) waar geen klemtoon (accent) op ligt, zoals be-, er-, ge-, her-, ont- en ver-.

Halen → gehaald, maar:
Herhalen → herhaald

Wachten → gewacht, maar:
Verwachten → verwacht


Bij de regelmatige werkwoorden is de kern hetzelfde als de stam (de ik-vorm).
Maken → ik maak → gemaakt
Kennen → ik ken → gekend
Verven → ik verf → geverfd


Tenslotte volgt een t of een d, afhankelijk van de ruwe stam (infinitief min -en) van het werkwoord. Als dat een ptkf, s of ch is, dan eindigt het woord op -t. Zoniet, dan eindigt het op -d, precies zoals je dat ook bij de ovt zag. Regelmatige werkwoorden die in de ovt op -te(n) eindigen, krijgen in het participium dus ook een t, en als ze in de ovt op -de(n) eindigen, wordt dat bij het participium dus ook een d.

Logo

© Copyright 2026. Alle rechten voorbehouden.

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.